menu

Franse en Italiaanse muziek in de 14de eeuw 

6. Notatie  


terug naar: Franse en Italiaanse muziek in de 14de eeuw

Notatie in Italië en in Frankrijk

De basis van het Italiaanse notatiesysteem werd uiteengezet door Marchetto da Padua in zijn Pomerium artis musicae mensuratae (1318). In dit systeem werden semibreves gegroepeerd in kleine eenheden, van elkaar gescheiden door punten, aangevuld met lettersymbolen die de mogelijke combinaties in binaire en ternaire onderverdelingen aanduidden. Daarnaast werden nieuwe nootvormen geïntroduceerd om afwijkingen op de groeperingsregels en kortere waarden weer te geven. Deze notatie, ideaal voor sterk geornamenteerde melodieën, voldeed voor bijna alle Italiaanse muziek tot in de tweede helft van de veertiende eeuw. Daarna werd zij geleidelijk aangevuld en uiteindelijk verdrongen door het Franse systeem, dat beter aansloot bij de muzikale praktijk van die tijd.

De Franse mensurale notatie bouwde voort op de principes van Franco van Keulen. De longa, brevis en semibrevis konden elk worden onderverdeeld in twee of drie noten van de kleinere waarde. De verdeling van de longa heette modus, die van de brevis tempus, en die van de semibrevis prolatio; een ternaire indeling was perfect, een binaire imperfect. Voor nog kortere waarden werden twee nieuwe nootvormen ingevoerd: de minima (een halve of een derde semibrevis) en de semiminima (een halve minima).

In de loop van de tijd liet men de oorspronkelijke tekens voor perfecte en imperfecte modus vallen, en werden de tekens voor tempus en prolatio vereenvoudigd en gecombineerd:

  • tempus perfectum: cirkel

  • tempus imperfectum: halve cirkel

  • prolatio major (ternair): cirkel of halve cirkel mét punt

  • prolatio minor (binair): cirkel of halve cirkel zónder punt

Veertiende-eeuwse componisten ontwikkelden bovendien diverse methoden om syncopen te noteren, die in veel melodieën uit de latere veertiende eeuw een opvallend prominente rol spelen.

Meer over mensurale notatie (Engels)

naar boven