Vanaf de Oudheid tot de Middeleeuwen
2. Het Griekse erfgoed

Muziekoverzicht van 700 v. tot 500 jaar n. Christus
Van de periode ongeveer 700 jaar voor Christus en 500 jaar na Christus is er in de Westerse wereld weinig muziek bewaard gebleven. De voorbeelden die we kennen komen uit het oude Griekenland. De Grieken ontwikkelden een vorm van muzieknotatie waarbij letters boven de tekst de toonhoogten aangaven. Hierdoor is het mogelijk geworden enkele fragmenten uit de muziekgeschiedenis te reconstrueren.
Het bekendste voorbeeld is het Epitaph van Seikilos (de huidige wetenschappelijke consensus plaatst het ontstaan tussen 50 v.Chr. en 100 n.Chr.), dat geldt als het oudst volledig bewaarde muziekstuk ter wereld. Het is gegraveerd op een grafsteen die bij Tralles (in het huidige Turkije) is gevonden en bevat zowel tekst als melodie. Daarnaast zijn er fragmenten van muziek bij de tragedies van Euripides, zoals bij zijn Orestes (408 v.Chr.), en de Delphische hymnen aan Apollo (128 v.Chr.), die in steen zijn uitgehouwen bij de tempel van Apollo in Delphi. Ook van de hofmuzikant Mesomedes van Kreta, die in de tweede eeuw na Christus leefde aan het hof van keizer Hadrianus, zijn enkele hymnen met notatie overgeleverd.
In de Romeinse periode (ongeveer 200 v.Chr. tot 500 n.Chr.) werd de Griekse muziektraditie grotendeels overgenomen. Toch is er uit Rome zelf geen muzieknotatie bewaard gebleven. Wat we over de Romeinse muziek weten, komt vooral uit beschrijvingen van schrijvers zoals Cicero, Seneca en Boëthius, uit afbeeldingen van muziekinstrumenten op reliëfs en mozaïeken, en uit archeologische vondsten van instrumenten zoals delen van de hydraulis (orgel).
Uit de vroege christelijke tijd (ongeveer 300 tot 500 na Christus) zijn wel liturgische teksten van hymnen overgeleverd, maar nog geen muzieknotatie. Pas vanaf de negende eeuw ontstaat met de gregoriaanse zang de eerste genoteerde kerkmuziek.
naar boven
Het Griekse erfgoed
In de westerse cultuur hebben kunstenaars en wetenschappers door de eeuwen heen vaak teruggegrepen op de Griekse en Romeinse Oudheid voor kennis en inspiratie. Terwijl veel van de literatuur en beeldhouwkunst bewaard bleef, gold dat niet voor de muziek. Middeleeuwse musici kenden geen voorbeelden van Griekse of Romeinse muziek. Pas in de renaissance werden enkele Griekse hymnen ontdekt. Uiteindelijk zijn ruim zestig Griekse muziekstukken of fragmenten teruggevonden van voor en van na de jaartelling.
Van de Romeinse muziek zijn geen authentieke resten over, maar uit beschrijvingen en kunstwerken blijkt dat muziek een belangrijke rol speelde in het leger, het theater, de religie en rituelen. De traditie van Romeinse muziek verdween in het begin van de middeleeuwen, vooral omdat de vroege christelijke kerk muziek die verbonden was met heidense gebruiken of wereldse feesten afwees en wilde laten verdwijnen.
Toch bleven sommige elementen van de oude muziekpraktijk bestaan, omdat ze onlosmakelijk met muziek zelf verbonden waren. Bovendien vormde de Griekse muziektheorie de basis voor de middeleeuwse muziekleer en filosofie. Om de middeleeuwse muziek goed te begrijpen, is het daarom noodzakelijk kennis te hebben van de muziek en muziektheorie van de Oudheid, in het bijzonder die van de Grieken.
naar boven
Muziek in het leven en denken van de oude Grieken
In de Griekse mythologie werd muziek beschouwd als een gave van de goden, uitgevonden en beoefend door goddelijke figuren zoals Apollo, Amfion en Orpheus. Men geloofde dat muziek magische krachten bezat: ze kon ziekten genezen, lichaam en geest zuiveren en wonderen in de natuur teweegbrengen. Muziek was van oudsher nauw verbonden met religieuze rituelen. In de eredienst van Apollo speelde de lier een centrale rol, terwijl bij de verering van Dionysos de aulos – een dubbelrietschalmei met een doordringende klank – het belangrijkste instrument was.
De lier en haar grotere variant, de kithara, werden gebruikt als solo-instrument of als begeleiding bij zang en poëzie. De aulos begeleidde dithyrambische poëzie, waaruit het Griekse drama is voortgekomen. Daarom werd in klassieke tragedies van onder anderen Aeschylos, Sofocles en Euripides muziek met aulos-begeleiding afgewisseld met gezongen koren.
Vanaf de zesde eeuw v.Chr. werden de lier en aulos ook als zelfstandige instrumenten bespeeld. Naarmate de instrumentale muziek zich ontwikkelde, groeide het aantal virtuozen en werd de muziek steeds complexer. Later, tegen het begin van onze jaartelling, keerde men juist terug naar eenvoud in muziek en theorie.
De meeste bewaard gebleven Griekse muziekfragmenten stammen uit latere periodes, zoals delen uit Orestes en Iphigeneia in Aulis van Euripides, de Delfische hymnen voor Apollo (2e eeuw v.Chr.) en hymnen van de Kretenzer Mesomedes uit de 2e eeuw n.Chr.
Griekse muziek was overwegend monofoon – enkelvoudige melodie zonder harmonie of contrapunt – en grotendeels geïmproviseerd. Ze werd vrijwel altijd gecombineerd met tekst, dans of beide, waarbij melodie en ritme nauw verweven waren met de structuur van de poëzie en de religieuze of dramatische context waarin de muziek klonk.
naar boven
Griekse muziek en filosofie
De muziek van de vroege christelijke kerk leek in bepaalde opzichten op de Griekse muziek – monofoon, geïmproviseerd en onafscheidelijk van tekst. Het was vooral de theorie van de Grieken die in de middeleeuwen invloedrijk was voor de Westeuropese muziek. Over Griekse muziektheorieën is veel meer bekend dan over de muziekpraktijk zelf, en vele principes uit de Griekse muziekfilosofie zijn tot vandaag de dag nog geldig.
Volgens Pythagoras en zijn volgelingen waren muziek en getallenleer nauw verbonden, omdat getallen de sleutel zouden zijn tot zowel het spirituele als het fysieke universum. Het systeem van muzikale klanken en ritmes, geordend volgens getallen, weerspiegelde de harmonie van de kosmos. Plato werkte deze ideeën verder uit in zijn werken Timaeus en De Staat, waarin hij ook de aard en functie van muziek behandelde en daarmee haar belangrijke rol in het onderwijs onderstreepte.
Daarnaast tonen de Grieken de nauwe relatie tussen muziek en poëzie. Voor hen waren de twee bijna synoniem: lyrische poëzie was poëzie die op een lier werd gezongen, en veel termen voor poëzie, zoals ode en hymne, waren oorspronkelijk muzikale begrippen.
naar boven
De ethosleer
De leer van het ethos, die de morele eigenschappen en effecten van muziek onderzoekt, sluit aan bij de Pythagoreïsche opvatting van muziek als een microkosmos: een systeem van toonhoogte en ritme dat wordt bepaald door wiskundige wetten die overal in de schepping gelden. In een latere, meer wetenschappelijke benadering lag de nadruk op de invloed van muziek op de wil, en daarmee op het karakter en gedrag van mensen. Aristoteles legde dit uit via de mimesistheorie: muziek imiteert hartstochten en gemoedstoestanden zoals woede, moed of zelfbeheersing. Door naar muziek te luisteren die bepaalde hartstochten oproept, wordt men door die hartstochten beïnvloed, waardoor langdurig luisteren naar verkeerde muziek het karakter kan bederven, terwijl de juiste muziek een goed karakter bevordert.
Plato en Aristoteles waren het erover eens dat de opvoeding van de 'goede' mens kon plaatsvinden via een systeem van openbaar onderwijs waarin lichamelijke oefening en muziek centraal stonden: de eerste voor discipline van het lichaam, de tweede voor discipline van de geest. Aristoteles ging echter verder dan Plato door in zijn Politica toe te staan dat muziek ook gebruikt mocht worden voor amusement en intellectueel genot, niet alleen voor onderwijs.
naar boven
Reconstructies van muziek uit de Oudheid
Vanaf de 5e eeuw v.Chr. werd in Griekenland een muzieknotatie ontwikkeld in de vorm van letter-symbolen voor toonhoogte en ritme. De meeste overgeleverde stukken dateren uit de Hellenistische en Romeinse periodes (3e eeuw v.Chr. tot 3e eeuw n.Chr.) en zijn gevonden op stenen platen en pilaren (inscripties) of papyrusrollen, vaak uit heiligdommen zoals Delphi en Epidaurus. De standaardverzameling is het boek Documents of Ancient Greek Music: The Extant Melodies and Fragments van Pöhlmann en West uit 2001, dat 61 fragmenten bevat. Veel zijn zeer kort (enkele noten) of fragmentarisch, en omvatten vocale hymnen, instrumentale stukken en theaterfragmenten.
Waar sprake is van hiaten hebben wetenschappers, musici en historici geprobeerd de melodieën te reconstrueren, gebruikmakend van een combinatie van tekst, muziektheorie en archeologische vondsten. Zoals bijvoorbeeld bij de Eerste Pythische ode van Pindarus en het Carmen Saeculare van Horatius.
naar boven
Muziekvoorbeelden op YouTube
Achtergrondinformatie bij onderstaande muziekvoorbeelden
- Alcman - Partheneion, 7de eeuw v.Chr
- Euripides - Stasimon ('Orestes') (diatonisch), 408.v.Chr.
- Euripides - Stasimon ('Orestes') (met kwarttonen), 408 v.Chr.
- Euripides – Stasimon Helen, 412 v.Chr.
- Anonymus Bellermanni, Hellenistische periode, tussen 323 tot 31 v.Chr.
- Eerste Delphische hymne voor Apollo (Delphic Paean), 128 v.Chr.
- Tweede Delphische hymne voor Apollo, 128 v.Chr.
- Seikiloslied, 1e eeuw n.Chr.
- Mesomedes van Kreta - Hymne voor de Zon, ca. 140-160 n.Chr.
- Mesomedes van Kreta - Hymne voor Nemesis, ca. 140-160 n.Chr.
- Mesomedes van Kreta - Hymne voor de Muse, ca. 140-160 n.Chr.
- Mesomedes van Kreta - Hymne voor Apollo, ca. 140-160 n.Chr
- Pean. Papyrus Berlin 6870, ca 156 n.Chr
- Euripides, Iphigenia in Aulis, ca. 408 v.Chr.
- 1e Pythische ode van Pindarus, 5e eeuw v.Chr.
- Project 'Oude Griekse muziek herontdekken (2017)'


Eerste Delphische hymne, 1e en 2e vers





naar boven
