menu

Nieuwsbrief Muzikale Verhalen (80) 

maart 2026  

Beste lezer,

Enkele maanden geleden kreeg ik van een abonnee een dikke stapel boeken uit de Gottmer componistenreeks, waaronder één over Igor Stravinsky. Met veel plezier heb ik dit werk uitgelezen. Een zinsnede over impresario Sergej Diaghilev, die in Parijs nauw samenwerkte met Stravinsky, trok mijn aandacht: "Niet minder indrukwekkend is de lijst van componisten die voor Diaghilev geschreven hebben: Richard Strauss, Debussy, Ravel, Satie, Falla, Respighi, Prokofjev en Milhaud, om maar enkelen te noemen." In deze opsomming sprong voor mij de naam Milhaud eruit, over wie ik meer te weten wilde komen.

Ik wens je veel lees- en luisterplezier.

Imke Jelle van Dam


Inhoudsopgave


Info bekostiging maandelijkse nieuwsbrief

Mocht u iemand kennen die mogelijk ook interesse heeft in deze nieuwsbrief, dan wordt het op prijs gesteld als u deze met begeleidend schrijven doorstuurt. Men kan zich dan zelf kosteloos abonneren (info).


Darius Milhaud (1892–1974)

Darius Milhaud was een Franse componist en muziekpedagoog. Zijn eerste composities ontstonden in 1905. In 1909 begon hij een vioolstudie aan het conservatorium in Parijs. Drie jaar later stapte hij over naar compositie. Hij nam ook privélessen bij Vincent d'Indy voor orkestratie. In 1912 raakte bij bevriend met de Franse dichter Paul Claudel die zijn muzikale leven heeft beïnvloed. Tijdens de Eerste Wereldoorlog nam Claudel hem mee naar Rio de Janeiro in Brazilië. Daar leerde hij Braziliaanse volksmuziek en populaire muziek kennen. In maart 1919 kwam hij naar Frankrijk terug en kwam in contact met de Groupe des Six rond Jean Cocteau en Erik Satie. Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog emigreerde Milhaud naar Amerika en werd leraar compositie in Oakland. Na de oorlog werd hij tevens hoogleraar compositie is Parijs. Tot zijn leerlingen behoorden onder meer Dave Brubeck, Steve Reich, Karlheinz Stockhausen en Iannis Xenakis. Milhaud schreef meer dan 400 partituren, in alle mogelijke genres: opera, symfonie en symfonische muziek, kamer- en vocaalmuziek, werken voor harmonieorkest en liederen. Milhaud paste in zijn muziek vaak polytonaliteit en polyritmiek toe. In enkele werken is ook de Latijns-Amerikaanse invloed van Brazilië hoorbaar. Ook de jazz liet zijn sporen na.

Wikipedia

Muziekvoorbeelden op YouTube

naar boven

Geschiedenis van de westerse muziek over Milhaud

"Darius Milhaud (...) werd geboren te Aix­-en-Provence. Met de Suite Provençale voor orkest, waarin hij melodieën van de eveneens uit Aix-en-Provence afkomstige achttiende-eeuwse componist André Campra verwerkte, richtte hij in 1937 een fraai monument op voor zijn geboortestreek. Milhaud produceerde een enorme hoeveelheid muziek, waar­bij hij een voor de twintigste eeuw uitzonderlijk gemak aan de dag legde. Hij schreef pianostukken, kamermuziek (waaronder achttien opmerkelijke strijk­kwartetten), suites, sonates, symfonieën, filmmuziek, balletten, liederen, can­tates en opera's. Er bestaat een scherp contrast tussen de opgewekte satire van balletten als Le Boeuf sur le toit (De os op het dak, 1919) en Le Train bleu (De blauwe trein, I924) en de kosmische ernst van het opera-oratorium Chris­tophe Colomb (1928; op een tekst van Paul Claudel) of de religieuze overga­ve van de muziek voor de joodse Service sacré (1947). Milhaud was een kun­stenaar met een klassiek temperament. Hij hing geen theorieën en systemen aan maar stelde zich open voor uiteenlopende inspiratiebronnen, die hij spon­taan in muzikale termen vertaalde: bij voorbeeld de Braziliaanse volksmelo­dieën en ritmen die hij gebruikte voor de Saudades do Brasil (Herinneringen aan Brazilië, 1920-1921), dansen voor orkest die hij later bewerkte voor piano. Saxofoons, de syncopen van de ragtime en de tertsen van de blues von­den hun weg naar het ballet La Création du monde (De schepping, 1924). Milhauds muziek heeft in de eerste plaats een lyrisch karakter, een mengeling van naïviteit en inventiviteit. De vorm is helder en logisch, de luisteraar hoort objectieve mededelingen, geen persoonlijke ontboezemingen.

Kenmerkend voor Milhaud en veel van zijn tijdgenoten (zoals de Neder­lander Willem Pijper, 1894-1927), is polytonaliteit: muziek geschreven in twee of meer toonsoorten tegelijk. (...)

In zijn opera's komen alle aspecten van Milhauds stijl aan bod. Naast de muziek die hij tussen 1913 en 1924 componeerde voor Paul Claudels verta­lingen van drie tragedies van Aeschylos, schreef hij onder meer Les Malheurs d'Orphée (Orpheus' tegenspoed, 1924); Le Pauvre matelot (De arme zeeman, 1926) op een libretto van Jean Cocteau; drie opéras minutes, parodieën van tien minuten op klassieke mythen (1927); de wat meer conventioneel vorm­gegeven Maximilien (1930), Médée (1938) en Bolivar (1943). De bijbelse ope­ra David, die hij in opdracht schreef voor de drieduizendste verjaardag van Jeruzalem als hoofdstad van Davids koninkrijk, werd in 1954 in een con­certversie uitgevoerd in Jeruzalem. Alle opera's die Milhaud schreef zijn opgebouwd uit duidelijk van elkaar onderscheiden scènes met aria's en koren. De nadruk ligt op de zangstemmen en niet zozeer op het orkest."

naar boven

Fragmenten uit "Stravinsky" over Milhaud

In het werkje Stravinsky (van de componistenreeks van uitgeverij Gottmer uit Haarlem) noemt schrijver Wolfgang Dömling diverse keren de naam van componist Darius Milhaud. De allereerste vermelding is in de aanhef van deze nieuwsbrief al genoemd. In de volgende alinea wordt een ballet genoemd in opdracht Sergej Diaghilev: "Le train bleu, 1924 (Cocteau, Milhaud, Nijinska, Laurens)".

In hoofdstuk vier (Frankrijk 1920) volgt: "De toonaangevende componisten in Parijs - Darius Milhaud, die artistiek ongetwijfeld de meest begaafde was...", in verband met de "Groupe de Six" als knipoog naar "Les Cinq Russes" (= Het Machtige Hoopje, een groep van vijf 19e-eeuwse Russische componisten die streefde naar een unieke, nationale muziekstijl, vaak gebaseerd op volksmuziek.) Volgens Milhaud was de aanduiding "Groupe de Six" in een toonaangevend artikel van Collet volkomen willekeurig. Milhaud in zijn memoires: "Alleen omdat wij elkaar kenden, goede vrienden waren en dikwijls op hetzelfde programma stonden - zonder zich daarbij om onze verschillende temperamenten of geaardheid te bekommeren." Stravinsky zelf noemde de naam Milhaud slechts éénmaal in zijn memoires en dan nog in de marge. Stravinsky haalde wel herhaaldelijk de naam van Satie aan. Milhaud: "Satie was ons ideool en wij beminden hem allen vurig".

In het volgende hoofstuk staat beschreven dat het Concert voor twee piano's van Stravinsky "het muzikale idioom van zijn Franse tijdgenoten benadert; niet zelden doet de complexe opeenstapeling van klanken rechtstreeks aan Milhaud denken."

naar boven

Gids voor orkestmuziek (53): Mozart (13)

Pianoconcert in A (K.V. 414) (1782)

Allegro - Andante - Allegretto

Willem Andriessen gaf eens een toelichting tot dit door hem met voorliefde vaak uitgevoerde concert, welke hier volgt: 'Dat dit in onze tijd weinig gespeelde concert (het is waar­schijnlijk door zijn eenvoud vele virtuozen niet aantrekke­lijk genoeg) Mozart zelf aan het hart lag bewijst wel het feit, dat de meester voor elk der delen zelfs meer dan één cadens heeft gecomponeerd. Hij speelde het zelf met voor­keur, en dat is begrijpelijk. Want als we ons van Mozart zoals hij in 1783 in Wenen leefde, een beeld willen vormen, dan vinden wij zijn wezen geheel terug in de edele melo­dische lijnen van het eerste deel, in de warme innigheid van het andante, en in de tedere gratie van de finale. Het werk, dat is ontstaan in het jaar van Mozarts huwelijk met Con­stanze Weber, heeft de gebruikelijke vorm.' - In het eerste deel worden de voornaamste motieven in het eerste orkest­tutti (vol orkest) geëxposeerd. In het tweede deel wordt het voornaamste thema uit het eerste deel aangewend (een hoge uitzondering in die tijd). De finale is een speels, hoogst ori­gineel rondo. Alle delen worden door Mozarts eigen caden­sen versierd. Vóór dit concert had Wolfgang Amadeus nim­mer een zó innig, zo gevoelig klavierconcert geschreven.

Muziekvoorbeelden

naar boven