menu

Nieuwsbrief Muzikale Verhalen (81) 

april 2026  

Beste lezer,

In de vorige nieuwsbrief vertelde ik dat ik van een abonnee een dikke stapel boeken uit de Gottmer componistenreeks had gekregen. Eerst heb ik de biografie van Igor Stravinsky gelezen. Het tweede boek dat ik ter hand heb genomen geeft een inkijk in het leven van Béla Bartók (1881-1945). Ik ben nog maar net begonnen. Daarom beperk ik me in deze nieuwsbrief tot zijn jeugd en de periode als jong volwassene.

Ik wens je veel lees- en luisterplezier.

Imke Jelle van Dam

N.B. In juli 2024 heb ik de Roemeense volksdansen van Bartók behandeld. (Zie link)


Inhoudsopgave


Info bekostiging maandelijkse nieuwsbrief

Mocht u iemand kennen die mogelijk ook interesse heeft in deze nieuwsbrief, dan wordt het op prijs gesteld als u deze met begeleidend schrijven doorstuurt. Men kan zich dan zelf kosteloos abonneren (info).


Béla Bartók (1881 – 1945)

Béla Bartók was een Hongaars componist en concertpianist. Hij wordt beschouwd als een van de belangrijkste componisten van de twintigste eeuw. Bartók maakte samen met Zoltán Kodály nauwgezette transcripties van Oost-Europese volksmuziek, die een inspiratiebron vormden voor het merendeel van zijn composities. Al op jonge leeftijd gaf hij blijk van zijn muzikaal talent. Bartók studeerde piano in Presburg en leerde zichzelf componeren door partituren te lezen. Later studeerde hij in Boedapest. In zijn vroege werken stond hij sterk onder invloed van werken van Berlioz, Liszt en Richard Strauss. In 1917 had Bartók zijn eerste succes met zijn ballet De houten prins, een jaar later gevolgd door de opera Hertog Blauwbaards burcht. Hij kreeg internationale bekendheid en maakte vele concertreizen door Europa. Ook in Nederland werd zijn werk vanaf het begin van de jaren twintig veelvuldig uitgevoerd. Vanaf 1933 werd in Duitsland zijn muziek verboden. Bartók besloot in 1940 naar Amerika te emigreren, waar zijn muziek echter niet erg gewaardeerd werd. Niettemin schreef Bartók in de Verenigde Staten een van zijn populairste werken, het Concert voor orkest. In opdracht van Yehudi Menuhin schreef hij een Sonate voor soloviool (1944). Bartók werd pas na zijn dood een wereldberoemd componist.

Wikipedia

Muziekvoorbeelden op YouTube

Boek Westerse Muziek over Bartók

naar boven

Béla Bartók: afkomst en jeugd (1881-1898)

Béla met zijn zevenjarige zusje Elza (1892)

In de Gottmerreeks lezen we over de grootvader, vader en moeder van Béla Bartók en de omstandigheid dat hij vanaf drie maanden gekweld werd door vele (ernstige) ziektes. Hij bleek een zwakke gezondheid te hebben, die een stempel drukte op zijn gehele leven. "De zorg waarmee [zijn moeder] haar kind omringde en de liefdevolle bescherming die zij hem haar leven lang bood, schiepen een bijzondere band tussen moeder en zoon: zij leefde voor haar zoon, van wie zij het bijzondere weldra inzag, al was zij nuchter en praktisch genoeg om de ontwikkeling van de jongen op een passende wijze te begeleiden en hem vooral niet als wonderkind te behandelen."

Zijn moeder Paula Bartók, die zelf verdienstelijk piano speelde, schreef: "Hij was nog maar heel klein, toen we merkten dat hij veel van zang en muziek hield. Het kindermeisje zong veel voor hem [...]. Eens, toen hij anderhalf was, speelde ik een dansstuk, waar hij aandachtig naar luisterde. De volgende dag wees hij naar de piano en beduidde hij mij (omdat hij nog niet kon praten) dat ik moest spelen. Ik speelde verschillende dansstukken, maar hij schudde telkens met zijn hoofd, totdat ik bij dat bepaalde stuk was. Met een glimlach knikte hij. De volgende dag stelde ik hem op de proef om te zien of dit geen toeval was, maar hij deed hetzelfde als de vorige keer. Toen hij drie jaar oud was kreeg hij een trommel, waar hij erg blij mee was; als ik piano speelde, kwam hij op zijn stoeltje bij me zitten, vóór hem op een krukje stond zijn trommel en hij sloeg precies in de maat. Wanneer ik overstapte van driekwarts- naar vierkwartsmaat, hield hij even op en zette daarna zijn spel voort in de juiste maat. Toen hij vier jaar was sloeg hij op de piano met een vinger de hem bekende volksliedjes aan; hij kende veertig liedjes en als wij de begintekst van een lied zeidèn, kon hij het liedje onmiddellijk spelen."

"Op zijn vijfde verjaardag kreeg hij van zijn moeder de eerste pianoles; vanwege zijn zwakke gezondheid beperkte zij deze lessen tot telkens een kwartier. Tot 1891 bleef Paula hem les geven, al besefte zij heel goed dat de buitengewone gaven van haar zoon spoedig andere leraren zouden vergen."

"Op 1 mei 1892 trad de jonge Bartók voor het eerst in het openbaar op tijdens een liefdadigheidsconcert op het stadhuis van Nagyszöllös. Hij speelde het eerste deel van Beethovens Waldstein-sonate en zijn eigen compositie De loop van de Donau. Hij had een groot succes [...]. Ook de schoolinspecteur was diep onder de indruk van het spel van de jongen, zozeer zelfs dat hij Paula een jaar 'studieverlof gaf."

In zijn autobiografie schreef Bartók: "Pozsony [waar het gezin naar toe was verhuisd] had in elk geval in die tijd van alle Hongaarse provinciesteden het levendigste muziekleven, zodat het enerzijds voor mij mogelijk werd tot mijn vijftiende bij László Erkel [ ... ] onderricht in pianospel en harmonieleer te genieten, en ik anderzijds verscheidene - zij het minder goede - orkestconcerten en operavoorstellingen kon bijwonen. Ook was er voldoende gelegenheid om kamermuziek uit te voeren, en zo leerde ik tot mijn achttiende de muziekliteratuur van Bach tot Brahms betrekkelijk goed kennen - Wagner echter alleen maar tot Tannhäuser. Intussen componeerde ik vlijtig, onder sterke invloed van Brahms en de jeugdwerken van Dohnányi, vooral diens Opus 1."

"In september 1899 vertrok de achttienjarige, begeleid door zijn moeder, naar Boedapest om aan de Muziekacademie opgeleid te worden tot beroepsmusicus."

naar boven

Béla Bartók: muziekstudent (1899-1903)

Belá Bartók in 1902

Béla Bartók: "Direct na mijn aankomst ging ik met grote vlijt de werken van Richard Wagner die ik nog niet kende (Tetralogie, Tristan, Meistersinger) bestuderen en ook de orkestwerken van Liszt. Mijn eigen compositorische werk lag in deze periode geheel stil. Ofschoon ik nu de stijl van Brahms geheel losgelaten had, kon ik toch ook via Liszt en Wagner de gezochte nieuwe weg niet vinden. [...] Ten gevolge hiervan componeerde ik bijna twee jaar lang vrijwel niets en gold ik op de Muziekacademie eigenlijk alleen maar als een briljant pianist."

Van zijn concert op 21 oktober 1901 schreef een krant in Boedapest de volgende recensie: "Om te beginnen speelde Béla Bartók de Sonate in b van Liszt met een stalen, goed ontwikkelde techniek. Deze jongeman ontplooit een buitengewone kracht. Anderhalf jaar geleden was zijn gezondheid nog zo zwak, dat de dokters hem naar Merano stuurden [...], nu dondert hij op de vleugel als een jonge Jupiter. Hij is thans de enige leerling in de pianoklas van de Academie die in de sporen van Dohnányi kan treden."

Aan het einde van zijn studietijd in juli 1903: "Zijn leraren waren eenstemmig in hun oordeel dat deze talentvolle jongeman geen eindexamens behoefde af te leggen: hij was immers een sieraad voor de Academie en de algemene verwachting was dat hij spoe­dig zou uitgroeien tot een musicus tegen wie zij met de grootst mogelijke trots konden opzien. Die verwachting was er ook buiten de Academie: in een hoofdartikel met de kop 'Béla Bartók' van een in Boedapest verschij­nend muziektijdschrift heette het: "Het is het doel en de opdracht van deze regels het muziekminnende, ontwikkelde Hongaarse publiek te wijzen op deze fenomenale en geniale jongeman, wiens naam vandaag nog weinigen kennen, maar die naar wij geloven geroepen is om een grote en schitterende rol in de geschiedenis van de Hongaarse muziek te spelen."

Zo'n drie maanden eerder, april 1903, was Bartok intensief begonnen met een groots opgezet symfonisch gedicht met als titel Kossuth. Hierin ligt Ein Heldenleben van Strauss ten grondslag.

naar boven

Gids voor orkestmuziek (54): Mozart (14)

Pianoconcert in Bes (K.V. 450) (1784)

Allegro - Andante - Allegro

Betrekkelijk laat, op 17-jarige leeftijd, schreef Mozart zijn eerste pianoconcert. In totaal componeerde hij er 27 en richtte bovendien een aantal sonaten van tijdgenoten in voor concertgebruik. Hij speelde ze op zijn eigen concerten en fantaseerde er op de voornaamste thema's tijdens die uit­voeringen de virtuoze cadensen bij. Er bestaan meer piano­concerten in de toonsoort van Bes-dur van zijn hand, maar dit behoort tot de ongeveer tien van de meestgespeelde. ­De blazers openen het eerste deel met een tertsenthema, na het voorspel neemt de solist het over en dan ontwikkelt zich een 'concerteren' waarin beide elementen, het pianis­tische en het orkestrale in organische wisselwerking tot el­kander staan. Het tweede thema geeft Mozart aan de strij­kers waartegen de piano figureert in een opvallend mooie spelepisode. - Het andante is een variatievorm op een een­voudig thema: strijkers en piano verdelen bij herhaling de themafragmenten. In de eerste variatie lossen de strijkers met het figurerende klavier af; in de tweede piano solo begelei­den de strijkers pizzicato (getokkeld), waarbij de blazers het thema voordragen. Dat was destijds een nieuwe combinatie van Mozart. - Vol humor is het rondo en bijzonder het slot is geestig. Hier leidt de piano een jachtfanfare in, waarop de hoorns antwoorden.

Muziekvoorbeelden

naar boven