Nieuwsbrief Muzikale Verhalen (82)
mei 2026
Beste lezer,
Een kleine twee maanden geleden kreeg ik via mijn jongste dochter de volgende vraag van een goede kennis van haar: of ik hem - een goede amateurcellist - op de piano zou kunnen begeleiden. Het betrof het eerste deel van de cellosonate in e klein, opus 38 van Brahms. Zijn vraag was aarzelend gesteld, want hij vermoedde dat de partij voor mij te moeilijk zou zijn. Ik heb eerst gevraagd op welke termijn hij het wilde uitvoeren. Er bleek geen haast bij te zijn.
Nu werkt het bij mij zo. Als iemand zegt dat iets te moeilijk is, geeft dat mij een aansporing om te gaan onderzoeken of dat werkelijk zo is. Ik heb hem gevraagd een kopie van de partituur te mailen. Ik kreeg uit het notenbeeld van de 11 pagina's, die ik in mijn iPad had geplaatst, de indruk dat het best meeviel.

Ik kan niet a prima vista noten lezen. Sommige passages moest ik spellen. Maar als ik eenmaal weet wat er staat kan ik het ook lezen. Ik ben begonnen met delen langzaam door te spelen en waar nodig een vingerzetting te noteren. Op YouTube beluisterd dat het uitvoeringstempo voor snelle passages rond de 120 (kwartnoot) ligt. Ik besloot in de eerste ronde niet verder dan 30 te gaan, dus vier keer zo langzaam. En een paar dagen later in de tweede ronde begonnen op 20 en stapsgewijze via 22, 24, ... tot 32. Enzovoort. Gisteren was ik op 60, dus al op half tempo.
Om vertrouwd te raken met de cellopartij heb ik alle cellonoten in het computerprogramma Finale genoteerd. De laptop en de luidsprekerboxen liggen op de piano. Ik kan vanaf elke maat op het gewenste tempo meespelen. Ik had me al aangewend passages waarin gesprongen moet worden uit het hoofd te spelen, waardoor ik naar het klavier kan kijken. Twee weken geleden heb ik besloten alles maar uit het hoofd te spelen. Blijkt dat het helemaal niet zo moeilijk is. Ik heb er alle vertrouwen in dat ik het stuk over een tijdje geheel foutloos en op tempo kan spelen!
In de vorige nieuwsbrief had ik aangekondigd verder te gaan met Bartók. Deze maand was echter helemaal gevuld. Ik heb nog geen letter uit het vervolg van de biografie kunnen lezen. Ik heb me voorgenomen dat alsnog voor het juninummer te doen.
Ik wens je veel lees- en luisterplezier.
Imke Jelle van Dam
Inhoudsopgave
Info bekostiging maandelijkse nieuwsbrief
Mocht u iemand kennen die mogelijk ook interesse heeft in deze nieuwsbrief, dan wordt het op prijs gesteld als u deze met begeleidend schrijven doorstuurt. Men kan zich dan zelf kosteloos abonneren (info).
Cellosonate nr. 1 in e mineur, op. 38

Brahms componeerde als 29-jarige de eerste twee delen van de cellosonate in de zomer van 1862, evenals een Adagio dat later werd geschrapt. Het slotdeel werd in 1865 gecomponeerd. De sonate draagt de titel “Sonate für Klavier und Violoncello” (voor piano en cello) en de piano “moet een partner zijn – vaak een leidende, vaak een waakzame en attente partner – maar mag in geen geval een louter begeleidende rol op zich nemen”. Het is opgedragen aan Josef Gänsbacher, een zangdocent en amateurcellist.
De compositie is “een eerbetoon aan J. S. Bach”. Het hoofdthema van het eerste deel en van de fuga zijn gebaseerd op contrapunctus 4 en 13 uit Die Kunst der Fuge. Het bestaat uit drie delen:
- Allegro non troppo, in e mineur, in 4/4-maat
- Allegretto quasi Menuetto, in a mineur, in 3/4-maat, met een trio in fis mineur
- Allegro, in e mineur, in 4/4-maat
Muziekvoorbeeld met notenschrift op YouTube
Zie voor een verdere beschijving van de drie delen op Wikipedia
Klik hier voor een biografie van Brahms
naar boven
Gids voor orkestmuziek (55): Mozart (15)

Pianoconcert in Es (K.V. 482) (1785)
Allegro - Andante - Rondo
Voor de toonsoort van Es-dur had Mozart, tenminste in deze vorm, een voorliefde. Er bestaan namelijk drie pianoconcerten in Es, terwijl er ook een heel bekend concert voor twee klavieren in die tonaliteit is gecomponeerd. Mozarts concerten zijn eigenlijk alle gezelschapskunst, kamermuziek voor toegewijde luisteraars verzameld in een niet te grote ruimte. Men hoort er de fijne melodiek in van de vroegromantiek, de lyriek, de voorlopig nog ietwat ingehouden persoonlijke gevoelsuiting. Vandaar dat het hoofdthema iets 'zingbaars' krijgt, geen virtuoze aanzet of een speels motief, maar een melodie welke men zou kunnen zingen. Zo ook dit concert. Het begint met een 'zingend allegro' dat naderhand met beweeglijke figuren wordt versierd. Het andante is een bijzonder fraai thema met variaties in c kleine terts. Het wordt met allerhande instrumentale combinaties en in dialoogvorm gevarieerd. Het rondo, dat door een rustig andantino wordt onderbroken, is een uitgelaten jachtstuk, een zgn. 'chasse', met een typische ritmische trippelmaat en veel hoornklanken.
Muziekvoorbeeld (Pianist is tevens dirigent)
naar boven
