Het gregoriaans en het wereldlijke lied in de middeleeuwen
2. Katholieke gezangen en liturgie
terug naar: Het gregoriaans en het wereldlijke lied in de middeleeuwen

Katholieke gezangen en liturgie
Het gregoriaans onderging, net als de gehele liturgie, eeuwen van groei en verandering, al bleven sommige rituelen vrijwel onveranderd. De meeste gezangen stammen uit de middeleeuwen en bleven sindsdien, soms in aangepaste vorm, in gebruik.
Het huidige gregoriaans is gebaseerd op door het Vaticaan goedgekeurde uitgaven, doorgaans geredigeerd door de benedictijnen van de abdij van Solesmes (late negentiende en vroege twintigste eeuw). Na het Tweede Vaticaanse Concilie (1962–1965) verdween het gregoriaans grotendeels uit de katholieke eredienst, toen het gebruik van de volkstaal in plaats van het Latijn werd toegestaan — een verandering die onvermijdelijk invloed had op het karakter van de muziek.
naar boven
De Rooms-Katholieke liturgie
De belangrijkste diensten in de rooms-katholieke liturgie zijn het officie (getijdengebed) en de mis. De officiën, of canonieke uren (rond 520 n.Chr. gecodificeerd), worden dagelijks in vaste volgorde en op vaste tijden gehouden, voornamelijk in kloosters en kathedralen. De dag begint met de metten (vóór zonsopgang), gevolgd door lauden, priem, terts, sext, noen, vespers en completen. Het officie omvat gebeden, psalmen met hun antifonen [1] (waaronder de vier grote Maria-antifonen [2,3,4,5]), hymnen, responsoria en lezingen. De muziek is samengebracht in het Antifonarium. Het belangrijkste muzikale moment van het officie is het zingen van psalmen, antifonen, hymnen en cantica. Muzikaal zijn vooral de metten, lauden en vespers belangrijk; de vespers zijn historisch van groot belang doordat daarbij al vroeg meerstemmige zang werd toegestaan.
De mis, waarin het Laatste Avondmaal wordt herdacht, is de centrale viering van de katholieke kerk. Ze ontstond eind vierde eeuw, kreeg rond de zesde eeuw haar vaste onderdelen en werd tijdens het Concilie van Trente (1545–1563) gestandaardiseerd. Het Tweede Vaticaanse Concilie (1962–1965) bracht opnieuw aanpassingen. Een bijzondere vorm is de requiemmis, sinds de vijftiende eeuw ook meerstemmig gecomponeerd, genoemd naar de openingswoorden Requiem aeternam dona eis Domine (“Heer, schenk hen eeuwige rust”). De muziek voor de mis staat in het Graduale, de teksten voor mis en officie in respectievelijk het missaal en het brevier.
Muziekvoorbeelden op YouTube
Achtergrondinformatie bij onderstaande muziekvoorbeelden
naar boven
Moderne notatie van het gregoriaans
Gregoriaanse gezangen worden genoteerd op een vierlijnige notenbalk, een systeem dat zich in de twaalfde eeuw ontwikkelde uit het lijnensysteem dat Guido van Arezzo (begin 11e eeuw) had geïntroduceerd. De tekens die het melodische verloop aangeven, heten neumen. Vóór die tijd werden gregoriaanse melodieën mondeling overgeleverd en later vastgelegd in vroege neumenschriften uit de negende eeuw.
De naam “gregoriaans” verwijst naar paus Gregorius de Grote (ca. 540–604), die in de Karolingische tijd ten onrechte werd gezien als de schepper van het gehele repertoire. Onder de Frankische koningen, met name Karel de Grote (eind 8e – begin 9e eeuw), werd een vastberaden poging gedaan om het rijk te verenigen. Uniformiteit in liturgie en kerkmuziek diende dat doel, omdat via het geloof de bevolking kon worden geïntegreerd. In deze context ontstond de legende van paus Gregorius, die de gezangen rechtstreeks van God zou hebben ontvangen — een krachtig symbool ter ondersteuning van de invoering van de ‘Romeinse’ zang in het Frankische rijk. Het neerschrijven van deze melodieën [1, oorspronkelijk oraal overgeleverd] droeg er vervolgens toe bij dat het gregoriaans overal op vergelijkbare wijze werd uitgevoerd.

Muziekvoorbeelden op YouTube
Achtergrondinformatie bij onderstaande muziekvoorbeelden
naar boven
