Nieuwsbrief Muzikale Verhalen (79)
Februari 2026
Beste lezer,
Een paar dagen geleden viel mijn oog toevallig op een artikel in de VPRO-gids over een voor mij onbekende componist. De inleidende zin luidt: “In zijn sonates verhief de Tsjechische barokcomponist Franz Benda het herhalen en variëren tot hoge kunst”. En verderop in het artikel: “Het kunstig herhalen en variëren was schering en inslag bij Benda”. En: “Net op het moment dat je denkt ‘dit komt me wel heel bekend voor’ geeft Benda weer een kleine, subtiele wending aan het muzikale parcours”.
Het betreft een aankondiging van het Avondconcert op NPO klassiek op 27 januari. Naast werken van andere componisten staan Vioolsonates nr. 17 in a (L3.118) en nr. 27 in G (L3.86) van Franz Benda op het programma. Kortom, tijd om zelf ook op ontdekkingsreis te gaan.
Ik wens je veel lees- en luisterplezier.
Imke Jelle van Dam
Inhoudsopgave
- Franz Benda (1709-1786)
- Vioolsonates nr. 17 in a (L3.118) en nr. 27 in G (L3.86)
- Gids voor orkestmuziek (52): Mozart (12)
Info bekostiging maandelijkse nieuwsbrief
Mocht u iemand kennen die mogelijk ook interesse heeft in deze nieuwsbrief, dan wordt het op prijs gesteld als u deze met begeleidend schrijven doorstuurt. Men kan zich dan zelf kosteloos abonneren (info).
Franz Benda (1709-1786)

Franz (František) Benda was een violist en componist afkomstig uit Bohemen. Op tienjarige leeftijd werd František als koorknaap opgenomen in de katholische Hofkapelle in Dresden. In 1730 werd hij opgenomen in de hofkapel van August van Saksen, die koning van Polen was geworden. Hij richtte zich sindsdien als solist en componist op het vioolspel. Na de dood van de koning in 1733 trad hij onder de naam Franz Benda in dienst van de kroonprins van Pruisen. Na enige tijd werd Benda in Berlijn-Potsdam Konzertmeister van de hofkapel, toen de kroonprins inmiddels koning Frederik II was geworden. Zijn broers, waaronder Johann Georg en Georg Anton waren eveneens componist en muzikant. Zij kregen via Franz hun muzikale opleiding aan het Pruisische hof en verwierven muzikale functies aan andere vorstenhoven in Duitsland.
naar boven
Vioolsonates nr. 17 in a en nr. 27 in G

Franz Benda (1709–1786) was een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de zogenoemde Berlijnse of Noord-Duitse Empfindsamer Stil, een stijlrichting die sterk gericht was op expressieve melodiek, subtiele emotionele schakeringen en een zangachtige benadering van instrumentale muziek. Als virtuoos violist en langdurig lid van het hoforkest van Frederik de Grote in Potsdam speelde Benda een sleutelrol in de ontwikkeling van de vioolmuziek in het midden van de achttiende eeuw. Zijn composities sluiten stilistisch aan bij tijdgenoten als Carl Philipp Emanuel Bach, met wie hij een voorkeur deelde voor onverwachte harmonieën, flexibele frasering en een sterke nadruk op expressie boven puur virtuoze bravoure.
De Violin Sonata in A Minor, L3.116 behoort tot Benda’s omvangrijke oeuvre aan solowerken en kamermuziek voor viool. Zoals veel van zijn sonates is het werk waarschijnlijk bedoeld voor viool met basso continuo. Kenmerkend voor deze sonate zijn de lange, zangerige melodieën die regelmatig worden onderbroken door korte, dramatische gebaren en harmonische verrassingen. Benda stond bekend om zijn vermogen om “sprekende” melodieën te schrijven.
Violin Sonata in A Minor, L3.116: I. Allegro ma non tanto
Violin Sonata in A Minor, L3.116: II. Andante
Violin Sonata in A Minor, L3.116: III. Presto e Scherzando
De Vioolsonate nr. 27 in G, L3.86 van Franz Benda neemt binnen zijn viooloeuvre een bijzondere plaats in als voorbeeld van zijn meer lichtvoetige, elegante kant, zonder de kenmerkende expressieve diepgang van de Empfindsamer Stil te verliezen. Achter de ogenschijnlijke eenvoud schuilt een fijnzinnig spel van spanningen en ontspanningen, onverwachte modulaties en retorische wendingen.
Stilistisch weerspiegelt deze sonate de overgang van laatbarok naar vroege klassiek. Barokke elementen, zoals sequenties en dansante ritmes, gaan hand in hand met een meer homofone textuur en een duidelijke melodie-begeleidingsstructuur. Daarmee laat de sonate horen hoe Benda meebewoog met de nieuwe muzikale smaak van zijn tijd.
Violin Sonata in G Major, LeeB 3.86: I. Allegretto
Violin Sonata in G Major, LeeB 3.86: II. Siciliano
Violin Sonata in G Major, LeeB 3.86: III. Scherzando
naar boven
Gids voor orkestmuziek (52): Mozart (12)

Pianoconcert in d (K.V. 466) (1785)
Allegro - Romanze - Allegro assai
Het d-moll-concert is het tiende van de reeks van vijftien. Mozart had de gewoonte meestal een reeks werken in een bepaalde vorm te schrijven. Het behoort tot de groep der grote pianoconcerten en is met het ook veelgespeelde in c kleine terts de enige mineur-uitzondering. Alle overige pianoconcerten staan in majeur. In tegenstelling tot de vroegere opgewekte 'galante' concerten, is dit ernstiger. Overigens is al duidelijk merkbaar, dat de nieuwe stijl, het individualisme, de eeuw van de romantiek zich aankondigt. Het is dus een dramatisch concert, een van conflicten, waarbij solo en orkest tegenover elkaar staan. Solist noch orkest nemen elkanders thema's over, bij Mozart een uitzondering. Voor het eerst gebruikt Mozart een grotere orkestbezetting met trompetten en pauken. Hij schreef ook eigen cadensen voor. Het eerste deel is sterk dialogiserend. De romance is een der vele schone en populaire stukken van de meester. Het heeft een woelig hartstochtelijk middendeel, dat opvallend evenwichtig ritmisch geordend naar het romantisch aanvangsfragment terugkeert. Het rondo begint met een voor Mozart nogal wild refreinthema dat uiteraard briljant wordt uitgewerkt, een zgn. Rackete, een melodietype, flitsend als een raket (uit de Mannheimer school).
naar boven
