Vanaf de Oudheid tot de Middeleeuwen
5. Muziekinstrumenten in de Oudheid
terug naar: Muziek vanaf de Oudheid tot aan de middeleeuwen

Muziekinstrumenten in de Oudheid
Muziek speelde een belangrijke rol in het dagelijks leven van zowel de oude Grieken als de Romeinen. Zij gebruikten muziek niet alleen voor vermaak, maar ook bij religieuze rituelen, feesten, theater en militaire ceremonies. Veel van hun instrumenten vormden later de basis voor muziekinstrumenten in de middeleeuwen en de moderne tijd.
In de Griekse oudheid waren de twee bekendste instrumenten de lyra en de aulos. De lyra, een soort kleine harp met snaren gespannen over een schildpadschild, was nauw verbonden met de god Apollo en symboliseerde harmonie en orde. De aulos, daarentegen, bestond uit twee pijpen met rieten mondstukken en had een doordringend geluid. Dit instrument werd vaak geassocieerd met Dionysos, de god van wijn en extase, en begeleidde dans en toneel. Daarnaast kenden de Grieken ook de kithara, een grotere en professionelere variant van de lyra, gebruikt door muzikanten in wedstrijden en ceremonies.
De Romeinen namen veel muzikale gebruiken van de Grieken over, maar breidden hun instrumentarium uit. Ze gebruikten onder andere de tibia (vergelijkbaar met de aulos), de cornu en de tuba, grote blaasinstrumenten die dienden in het leger voor signalen en marsmuziek. Ook kenden zij snaarinstrumenten zoals de cithara en de lyra, die populair bleven in huiskamers en theaters. Slaginstrumenten, zoals de tympanum (trommel) en cymbala (bekkens), zorgden voor ritme tijdens religieuze en feestelijke gelegenheden.
Waar de Grieken muziek zagen als een weg naar harmonie tussen lichaam, ziel en geest, gebruikten de Romeinen haar als middel tot macht, orde en vermaak.
naar boven
Overzicht Griekse muziekinstrumenten
De muziekinstrumenten die bespeeld werden zijn in te delen in vier groepen: snaarinstrumenten, blaasinstrumenten, slaginstrumenten en het hydraulisch orgel. Uit de Griekse mythologie blijkt dat de blaasinstrumenten lager werden aangeslagen dan de snaarinstrumenten. Zowel blaasinstrumenten met een enkel riet, een dubbel riet, als instrumenten zonder riet kwamen voor. De slaginstrumenten werden beschouwd als de minst "waardige" onder de Griekse muziekinstrumenten. Er is vrijwel geen muziek voor slaginstrumenten gevonden: deze muziek vonden de oude Grieken niet genoeg de moeite waard om te noteren. De slaginstrumenten worden in twee groepen onderverdeeld. Instrumenten die een ritme aangeven: de kleppers en rammelaars. En instrumenten die een opwindende werking hadden en veel bij Dionysus-feesten gebruikt werden: de tamboerijn en cymbalen.



















Aanvullende informatie over bovenstaande Griekse muziekinstrumenten
Zie ook: Kotsanas Museum of Ancient Greek Technology
naar boven
Overzicht Romeinse muziekinstrumenten
De Romeinen namen veel instrumenten over van de Grieken, maar ontwikkelden ook eigen varianten en nieuwe vormen. Bekend zijn de tibia, cornu en lituus, maar daarnaast ontstonden nog andere opmerkelijke instrumenten.
De buccina en de tuba waren blaasinstrumenten die vooral in het leger werden gebruikt voor signalen en ceremonies. Een bijzonder instrument was de hydraulis, het eerste waterorgel en voorloper van het moderne pijporgel, uitgevonden in de 3e eeuw v.Chr. in Alexandrië en later populair in Rome. Lucht werd door waterdruk geregeld, waardoor een reeks pijpen kon klinken — het eerste toetsinstrument in de westerse wereld.
Snaarinstrumenten zoals de cithara, lyra en pandura begeleidden zang en poëzie, terwijl slaginstrumenten als het tympanum, de cymbala en het sistrum vooral bij religieuze rituelen klonken.



Aanvullende informatie over Romeinse muziekinstrumenten
naar boven
