menu

Aanvullende informatie Romantiek 

Nationalisme in De Verenigde Staten  

1. Dit alles werd door de componisten echter volledig genegeerd: de oude hym­nodie (het zingen of componeren van hymnes wordt hymnodie genoemd; een hymne is meestal een religieus lied, geschreven met het oog op aanbidding of gebed) van New England. ...

2. ... de liederen van révival-meetings op het platteland, ...

3. ... de populaire stadse minstrel-wijsjes van Stephen Foster (1826-1864) en Ja­mes Bland (1854-1911), ...

4. Zie 3.

5. ... Indiaanse melodieën, ...

6. ... en bovenal de enorme hoe­veelheid black folk spirituals met hun unieke mix van Afrikaanse en Anglo-Amerikaanse elementen.

7. De pianostukken met creoolse ritmen van Gottschalk werden afgedaan als ef­fectbejag.

8. Drie prominente laat-negentiende-eeuwse Amerikaanse componis­ten kwamen uit New England. Ze hadden hun opleiding in Duitsland geno­ten. John Knowies Paine (1839-1906) was de eerste hoogleraar muziek aan een Amerikaanse universiteit (vanaf 1875 aan Harvard). George Whitefield Chadwick (1854 - 1931) was vanaf 1897 directeur van het New England Con­servatory. Arthur Foote (1853-1937) componeerde liederen, cantates en ka­mermuziek.

9. Zie 8.

10. Zie 8.

11. Dvoráks enthousiasme voor het Amerikaanse muzikale erfgoed bracht een aantal componisten op de gedachte nationaal materiaal te gebruiken in hun symfonische werken. Onder hen waren Arthur Farwell (1872-1952) en Hen­ry Gilbert (1868-1928), die voornamelijk actief waren in de eerste twee de­cennia van de twintigste eeuw.

12. Zie 11.

13. Zie 11.

14. Ook de muziek van de twee beroemdste Amerikaanse componisten uit het post-romantische tijdperk vertoont geen specifiek nationale trekken. Ho­ratio Parker (1863 - 1919), die onder meer liederen, koren en twee bekroon­de opera's schreef, is vooral bekend door zijn cantates en oratoria, met name het oratorium Hora novissima uit 1893.

15. Zie 14.

16. Edward MacDowell (1860-1908) woonde en studeerde tien jaar in Duitsland, waar hij zich een naam als pia­nist verwierf en waar veel van zijn composities voor het eerst werden gespeeld en uitgegeven. Van 1896 tot 1903 was hij de eerste hoogleraar muziek aan Columbia University. Zijn oeuvre omvat liederen, koren, symfonische gedich­ten, orkestsuites, een groot aantal pianostukken en etudes, vier pianosonates en twee pianoconcerten. Zijn beste werken van enige omvang zijn het Twee­de pianoconcert in d-mineur en de laatste pianosonate, de Keltische, die hij opdroeg aan Grieg.

17. Zie 16.

18. Zie 16.

19. MacDowells melodieën hebben een heel eigen charme. Het raffinement waarmee hij door middel van wijde liggingen en verdubbelingen een volle klank bereikte blijkt duidelijk uit zijn meest karakteristieke werken, de korte pianostukken, waarvan de meeste werden uitgegeven in verzamelingen als de Woodland Sketches, de Sea Pieces en de New England ldyls. Zijn stijl doet denken aan die van Grieg. Net als hij gaf MacDowell zijn individuele stukken titels of poëtische motto's, die de muzikale stemming bepaalden of een be­paald beeld opriepen.

20. Zie 19.

21. Zie 19.

22. Een van de beste werken van MacDowell, en het enige waarin gebruik wordt gemaakt van Amerikaanse volksmuziek (indiaanse me­lodieën), is de tweede (lndian) suite opus 48 (1897) voor orkest. Het vierde deel toont in de orkestratie een grote verbeeldingskracht en een geslaagde assimilatie van Europese stijlen.

23. Charles Ives' esthetische normen maakten hem ongeschikt voor het muzi­kale establishment. Pas in de jaren dertig vond zijn werk erkenning bij een breed publiek, jaren nadat hij, afgesloten van de muzikale buitenwereld, een oeuvre had geschapen dat vooruitliep op een aantal van de meest radicale ont­wikkelingen in de twintigste-eeuwse muziek (dissonantie, polytonaliteit, po­lyritmiek en experimentele vormen). Hij schreef ruim tweehonderd liederen, vijf vioolsonates, twee pianosonates, vijf symfonieën en andere kamer- en or­kestmuziek, het merendeel tussen 1890 en 1922. Uit een complexe, rapsodische en eigenzinnig ge­ordende stroom van geluid duiken flarden van volksliederen, danswijsjes of hymnen op, zoals in het lied In Flanders Fields, dat door­spekt is met citaten (onder andere uit De Marseillaise en America) die allerlei krijgshaftige en patriottische beelden oproepen. De ma­nier waarop Ives vele delen baseert op melodieën van hymnen is te vergelij­ken met het gebruik van lutherse koralen door Duitse componisten. Ives' technieken vloei­den voort uit zijn compromisloze artistieke idealisme, een ongekende muzi­kale vindingrijkheid en een scherp gevoel voor humor.

24. Zie 23.

25. Zie 23.

26. Zie 23.

27. Zie 23.

28. Zie 23.

29. Zie 23.

30. Zie 23.

31. Zie 23.

32. Zie 23.

33. Zie 23.

34. Zie 23.

35. Zie 23.

36. Zie 23.

37. Zie 23.