Het ontstaan van polyfonie en de muziek van de dertiende eeuw
2. Historische achtergrond van de vroege polyfonie
terug naar: Het ontstaan van polyfonie en de muziek van de 13de eeuw

Historische achtergrond van de vroege polyfonie
De elfde eeuw was een cruciale periode in de muziekgeschiedenis. In deze tijd begonnen zich ontwikkelingen af te tekenen die de basis zouden vormen van de westerse muziek. Ten eerste maakte de uitvinding van het notenschrift het mogelijk om muziek vast te leggen; tot dan toe werden composities mondeling overgeleverd. Ten tweede werd improvisatie geleidelijk verdrongen door bewuste compositie. Ten derde begon men muziek systematischer te structureren volgens ordenende principes, zoals de theorie van de acht modi en regels voor ritme en consonantie. Ten slotte trad de meerstemmigheid (polyfonie) naar voren, waardoor de eenstemmigheid (monodie) geleidelijk op de achtergrond raakte.
Deze veranderingen voltrokken zich echter langzaam. De eenstemmigheid bleef nog eeuwenlang bestaan, en sommige van de mooiste gezangen [1,2,3] – antifonen, hymnen en sequentia’s – stammen juist uit de twaalfde en dertiende eeuw. Ook improvisatie bleef een rol spelen, want veel nieuw gecomponeerde muziek ontleende stilistische kenmerken aan geïmproviseerde uitvoeringen. Toch markeert de elfde eeuw het begin van een nieuw muzikaal tijdperk. In de voorafgaande eeuwen had de westerse kerk de muzikale erfenis van het Oosten en de Oudheid overgenomen en aangepast. Rond het begin van de zevende eeuw was dit proces grotendeels voltooid; in de eeuwen daarna werd het materiaal geordend, vastgelegd en over geheel West-Europa verspreid.
naar boven
Muziekvoorbeelden op YouTube
Achtergrondinformatie bij onderstaande muziekvoorbeelden
- O Jerusalem, aurea civitas – Hildegard von Bingen (12e eeuw)
- In Rama sonat gemitus – anoniem (12e eeuw)
- Pange lingua gloriosi corporis mysterium - anoniem (13e eeuw)
naar boven
