Het ontstaan van polyfonie en de muziek van de dertiende eeuw
4. Melismatisch organum
terug naar: Het ontstaan van polyfonie en de muziek van de 13de eeuw

Melismatisch organum
Aan het begin van de twaalfde eeuw ontstond een nieuw type organum: het melismatisch organum. Daarbij ligt de oorspronkelijke gregoriaanse melodie altijd in de onderste stem, maar elke toon wordt sterk verlengd zodat de bovenstem op één toon van de onderstem frasen van uiteenlopende lengte kan zingen. Daardoor gaat de onderstem functioneren als een reeks lange bourdontonen, waarover de bovenstem vrij melodisch beweegt. Omdat melismatisch organum aanvankelijk vooral tweestemmig werd toegepast, staat het ook bekend als organum duplum [1].
Gewoonlijk zingen de beide stemmen dezelfde tekst, maar soms behoudt de onderstem de oorspronkelijke gregoriaanse tekst terwijl de bovenstem een toegevoegde tekst volgt. Bij een versus gaat het echter om geheel nieuwe teksten; deze vorm van polyfonie geldt daarom als de oudste die niet op gregoriaanse gezangen is gebaseerd.
Een voorbeeld is Senescente mundano [2]. Dit stuk combineert passages van noot-tegen-noot-zettingen met melismatisch organum. De onderstem heeft een duidelijke melodische contour, terwijl de bovenstem vooral een ornamentele rol vervult. Er is in deze stijl een voorkeur voor tegenbeweging; wanneer parallelle intervallen voorkomen, zijn dat meestal tertsen en sexten. De melodielijnen beginnen en eindigen bijna altijd met kwinten, octaven en priemen.
naar boven
Muziekvoorbeelden op YouTube
Achtergrondinformatie bij onderstaande muziekvoorbeelden
naar boven
