Het ontstaan van polyfonie en de muziek van de dertiende eeuw
7. De polyfone conductus
terug naar: Het ontstaan van polyfonie en de muziek van de 13de eeuw

De polyfone conductus
De tripla (drie stemmen) en quadrupla (vier stemmen) van Perotinus en zijn tijdgenoten vormen het hoogtepunt van de liturgische polyfonie aan het begin van de dertiende eeuw. De polyfone conductus ontwikkelde zich uit quasi-liturgische genres zoals de hymne en de sequentia, maar kreeg later ook wereldlijke teksten. Net als bij de Aquitaanse versus en de eenstemmige conductus uit de elfde en twaalfde eeuw waren de teksten opgebouwd uit metrische Latijnse verzen. Ze waren zelden liturgisch, maar behandelden vaak religieuze onderwerpen. In Ave virgo virginum bijvoorbeeld wordt, zoals gebruikelijk in Latijnse poëzie, de Maagd Maria aangeroepen. Bij wereldlijke teksten stonden morele kwesties of historische gebeurtenissen centraal.
De polyfone conductus van Perotinus en andere componisten uit de Notre-Dame-periode was minder complex dan het organum uit dezelfde tijd. De conductus had twee, drie of vier stemmen, die, net als bij het organum, een beperkt bereik hadden, elkaar konden kruisen en harmonisch waren geordend rond de consonante intervallen octaaf, kwart en kwint. In sommige conductusstukken speelden tertsen een belangrijke rol, hoewel dit interval nog niet als consonant werd beschouwd.
Muziekvoorbeelden op YouTube
Achtergrondinformatie bij onderstaande muziekvoorbeelden
naar boven
Verschil tussen organum en conductus
Het verschil tussen een organum en een conductus zit vooral in functie, structuur en stijl binnen de middeleeuwse muziek. Het organum ontwikkelde zich in de vroege middeleeuwen, ongeveer tussen de 9e en 12e eeuw, en werd vooral gebruikt in de liturgische context. Het doel was om gregoriaanse gezangen te versieren. Organum is meestal polyfoon: één stem zingt de oorspronkelijke melodie, het zogenaamde cantus firmus, vaak langzaam, terwijl andere stemmen daarboven vrij of parallel bewegen. De stijl is vaak melismatisch en contrapuntisch, met trage onderste stemmen en snelle versieringen daarboven. Bekende voorbeelden zijn de werken van Léonin en Perotin uit de Notre-Dame-school.
De conductus ontstond later, rond de 12e en 13e eeuw, en werd vaak gebruikt voor niet-liturgische muziek, zoals processies, devotionele liederen of educatieve doeleinden. Het belangrijkste verschil met het organum is dat in de conductus alle stemmen dezelfde tekst zingen, terwijl bij het organum vaak alleen de cantus firmus tekst bevat. De polyfonie is meestal homofonisch en de ritmiek regelmatiger, zodat de tekst goed verstaanbaar is. Conductusliederen zijn melodisch en minder contrapuntisch dan organum, en ze werden vaak gebruikt als procesielied of in seculiere context.
Kortom: organum is liturgisch, contrapuntisch en vaak vrij ritmisch, terwijl conductus meer homofonisch, tekstueel uniform en ritmisch regelmatig is, bedoeld voor procesies of seculiere doeleinden.
Muziekvoorbeelden op YouTube
Achtergrondinformatie bij onderstaande muziekvoorbeelden
naar boven
Verschil tussen versus en conductum
In de middeleeuwse muziek, vooral tijdens de Ars antiqua (ca. 1200–1300), onderscheiden we twee belangrijke polyfone genres: de versus en de conductus. Hoewel ze beide polyfoon zijn, verschillen ze duidelijk in functie, ritme en muzikale stijl.
De versus is meestal een religieuze compositie, vaak in het Latijn, die dient als liturgische vers of onderdeel van een feestviering. De melodie kan afgeleid zijn van bestaande gregoriaanse gezangen, en het ritme is vaak vrij of modaal, afhankelijk van de natuurlijke accenten van de tekst. De polyfonie van de versus is soms complex, waarbij de stemmen elkaar ritmisch en melodisch onafhankelijk kunnen volgen. Het belangrijkste kenmerk is de sterke binding tussen tekst en melodie: de muziek volgt de woorden en hun betekenis nauwgezet. Een voorbeeld hiervan is de “Versus de peccatoribus” uit een 13e-eeuws manuscript, waarin twee stemmen een religieuze tekst met modale ritmiek uitvoeren.
De conductus daarentegen is een compositie die meestal nieuw gecomponeerd werd, met een originele melodie en tekst, die zowel sacraal als profaan kon zijn. Het ritme is regelmatiger en de melodie en tekst bewegen vaak parallel, waardoor het vaak homofoon klinkt. Conducti werden vaak gebruikt voor processies, ceremoniële optochten of als motiverende muziek in onderwijscontexten. Een bekend voorbeeld is de “Veni sancte spiritus” conductus, waarin alle stemmen samen ritmisch en melodisch een nieuwe tekst uitvoeren zonder directe referentie aan bestaande chant.
Kortom, het verschil zit vooral in herkomst en ritmiek: de versus is vaak polyfoon op bestaande liturgische melodieën en volgt vrijere ritmes, terwijl de conductus een ritmisch regelmatige, nieuw gecomponeerde polyfone of monofone compositie is, die zowel liturgisch als seculier kan zijn.
Muziekvoorbeelden op YouTube
Achtergrondinformatie bij onderstaande muziekvoorbeelden
naar boven
Kenmerken van de conductus
Zoals gebruikelijk in muziek uit deze periode is het ritme van de conductus gebaseerd op ternaire metra. In tegenstelling tot de grotere ritmische variëteit van het organum volgen de stemmen van een conductus echter nagenoeg hetzelfde ritme, wat resulteert in een homoritmische textuur. Twee andere kenmerken onderscheiden de vroeg-dertiende-eeuwse polyfone conductus: de toonzetting van de tekst en de keuze van de tenor.
De teksten kregen meestal een syllabische zetting, behalve in de caudae, relatief lange passages zonder tekst die voorkomen in geornamenteerde stukken van conductusstijl, vaak aan het begin of einde. Deze melismatische caudae (letterlijk ‘staarten’, vergelijk met ‘coda’) bevatten soms bestaande clausulae en vertoonden ritmische variatie vergelijkbaar met het organum. Zo ontstond een mengvorm van conductus en organum.
De tenor in de dertiende-eeuwse polyfone conductus werd doorgaans niet ontleend aan gregoriaans of andere bestaande melodieën; vaak werd een geheel nieuwe cantus firmus gecomponeerd. Daarmee vormen de conductus en de eerdere versus de eerste volledig originele polyfone composities in de westerse muziekgeschiedenis.
Mogelijk werden sommige of alle partijen door instrumenten verdubbeld. Sommige musicologen vermoeden dat alleen de tenor werd gezongen, terwijl de bovenstemmen door instrumenten werden uitgevoerd.
Na circa 1250 raakten organum en conductus geleidelijk uit de gratie; in de tweede helft van de dertiende eeuw werd het motet het belangrijkste polyfone compositietype.
Muziekvoorbeelden op YouTube
Achtergrondinformatie bij onderstaande muziekvoorbeelden
naar boven
